Ga naar de inhoud

Mobiliteitsbudget

Het mobiliteitsbudget: de belangrijkste punten

Het wettelijk mobiliteitsbudget biedt medewerkers de mogelijkheid hun bedrijfswagen in te ruilen voor duurzame alternatieven. Die opties deelde de Federale Overheid op in 3 befaamde pijlers. Het principe is eenvoudig. Je medewerkers spenderen hun budget aan (één van) deze 3 categorieën.

Wie komt in aanmerking?
Je bedrijf beschikt al minimum 3 jaar over minstens één bedrijfswagen en een car policy. Het budget geldt voor medewerkers die al een bedrijfswagen hebben of er recht op hebben.

Hoe wordt het berekend?
Het bedrag is gebaseerd op de Total Cost of Ownership (TCO) van de bedrijfswagen. Voor 2025 ligt het minimum op €3.164 en het maximum op 1/5 van het totale loon of €16.875 per jaar. Deze bedragen worden jaarlijks geïndexeerd op 1 januari.

De drie pijlers

  1. Milieuvriendelijke bedrijfswagen – maximaal 95 g CO₂-uitstoot (vanaf 2026: nultolerantie).
  2. Duurzame mobiliteit en huisvesting – onder meer fiets, step, openbaar vervoer, deelmobiliteit, huur- of lening van een woning (wonen binnen straal van 10km van de werkplek of bij min. 50% thuiswerk).
  3. Cashuitbetaling – resterend budget wordt uitgekeerd, onderhevig aan een werknemersbijdrage van 38,07%.

Combinaties
Het mobiliteitsbudget kan naast een cafetariaplan bestaan, maar loonvoordelen uit dat plan mogen niet ingeruild worden voor het mobiliteitsbudget.

Fiscaal voordeel
Het mobiliteitsbudget geldt momenteel als één van de meest fiscaal voordelige verloningsvormen in België. Vooral pijler 2 (huisvesting en duurzame mobiliteit) is volledig vrijgesteld van RSZ en belastingen.